Inspraakbijdrage Jan B. Kaiser
Indien mogelijk mijn inspreekbijdrage opnemen bij het zojuist geplaatste artikel over de commissievergadering van de gemeenteraad over het winkelcentrum Wezep:
Ik spreek hier conform de regels in als privé persoon, maar een ieder kent mijn positie (redactie
ABO). Omdat ik nu ook voor het eerst over het masterplan hoor, feitelijk in vakjargon een pre-feasability study, wat hetzelfde is als een studie voorafgaand aan een haalbaarheidsonderzoek, loopt mijn bijdrage in enkel geval niet helemaal synchroon.
Geachte aanwezigen,
Gaarne wil ik van de gelegenheid gebruik maken om enkele opmerkingen te maken over de planvorming van een nieuw winkelcentrum in Wezep, dat vanavond op de agenda staat.
De gemeente heeft mij één notitie doen toekomen: ‘Met het oog op de kern Wezep’ Visie op de kern Wezep in 2030, gedateerd 2 april 2007. Op basis hiervan, wil ik in dit kader toch enkele uitgangspunten benoemen en een aantal vragen [aan het college, deze zinsnede moest ik verwijderen] voorleggen.
1. Wie is de initiatiefnemer van het “masterplan”? Is dit de gemeente, een projectontwikkelaar? In ieder geval niet de winkeliersvereniging. Wat bedoelt de gemeente met regievorming. Een voortrekkersrol?
2. Aannemende dat het plan door een projectontwikkelaar uitgevoerd zal gaan worden is de vraag welke projectontwikkelaar dit is, en is er een intentie overeenkomst gesloten. In welke fase van ontwikkeling staan we momenteel. Wat zijn de go en no-go momenten voor de raad in het planproces.
3. Doet de raad er niet verstandig aan de bespreking van een “masterplan” over te laten aan een nieuwe raad?
4. Is er een haalbaarheidsonderzoek gedaan [kennelijk niet] en zo ja, kan ik dan kennis nemen van de resultaten van deze onderzoeken? Zijn deze onderzoeken door onafhankelijke instellingen gedaan? Bestaat de bereidheid bij de winkeliers om na renovatie hogere huurprijzen te betalen. Zijn er belangstellenden voor de toegevoegde 2800 vierkante meter winkeloppervlakte en voor te realiseren woningen (hebben die een tuin? “er is weinig behoefte aan appartementen” stelt de notitie), en in hoeverre zal deze uitbreiding een positieve bijdrage leveren aan een evenwichtiger winkelbestand voor de inwoners van onze gemeente. En waar komen deze nieuwe winkeliers vandaan?
5. Zijn er door de nieuwe wet op de ruimtelijke ordening veranderingen opgetreden in de rol en de financiële verantwoordelijkheid van de gemeente bij dit soort ontwikkelingen. Wat zijn de consequenties voor de omwonenden van het centrum door veranderende verkeersstromen en wat is/wordt de bereikbaarheid en parkeergelegenheid van direct omwonenden. Dit mede ook in het licht van verkeersbewegingen van lossende vrachtwagens.
6. Vindt het college, gelet op de financiële risico’s en het feit dat we de komende jaren forse bezuinigingen in het vooruitzicht hebben aanvaardbaar om in deze tijd een project van deze omvang op te starten?
Mede ook gezien de grote financiële beslaglegging die ondermeer het niet rendabele bedrijventerrein Hattemerbroek met zich meebrengt.
Zijn de financiële verplichtingen van de gemeente inzake dit plan gekwantificeerd en zo ja, over welke bedragen hebben we het dan. (Ik heb uit de weekkrant van vandaag begrepen dat de gemeente jaarlijks drie miljoen euro aan onderhoudskosten, rente, etc. moet bijdragen). Mocht de gemeente, zoals in de notitie gesteld, niet of slechts marginaal financieel participeren in het winkelplan, welke toezeggingen van andere partijen zijn er dan nu al?
7. Is er lering getrokken uit de ervaringen met de renovatie van het winkelcentrum in Oldebroek. En zo ja, zijn deze ervaringen schriftelijk geëvalueerd en beschikbaar. Dit project duurt nu al tien jaar en tot nu toe is hierin uiterlijk weinig verandering in getreden. Zou het geen goede zaak eerst dit project naar behoren volledig af te ronden, alvorens een nieuw project te entameren? Renovatie van het winkelcentrum is niet een dermate urgente zaak dat hierop niet gewacht kan worden.
8. Brengt de sloop van het blok relatief nieuwe gebouwen, ondermeer bestaande uit de RABO-bank en bibliotheek voor de gemeente geen aanzienlijke kosten met zich mee, vooral ook omdat voor deze instellingen alternatieve huisvesting beschikbaar moet komen? Het omzetten van parkeerterrein in bebouwing om vervolgens op een steenworp afstand bebouwing in parkeerterrein om te zetten lijkt ons niet logisch en is mogelijk een geldverslindend plan. Wat gebeurt er met de Vika-garage en het garagebedrijf van Klaaysen en wie zal een verhuizing betalen? Mogen we niet concluderen dat diverse in de notitie vermelde zaken, zoals bijvoorbeeld het gemeenschappelijk gezondheidscentrum, het postkantoor, etc. inmiddels een stille dood gestorven zijn en dus niet in een vergevorderd stadium zijn.
9. De gemeente schrijft: “in dit stadium van het ontwikkelingsproces kan er nog geen sprake zijn van een financiële onderbouwing op grond waarvan tot een weloverwogen besluitvorming kan worden gekomen”. Waar praten we vanavond dan eigenlijk over? Een vrijblijvende forum discussie?
Mag ik mijn betoog afsluiten met de wijze woorden “bezint er gij begint” en nogmaals verwijzen naar de spreuk die op de rugzijde van de banken van de raadsleden geëtaleerd wordt. Leest u die nog eens over en laat die dan bezinken.
Tot slot stel ik mij op het standpunt dat de zorgvuldig afwegingen waarvan verwacht wordt dat de raad deze maakt, beter kunnen geschieden als de hierboven gestelde vragen helder en volledig door het college zijn beantwoord. Al deze afwegingen zullen in de nieuwe gemeenteraad hun beslag moeten krijgen.
Jan B. Kaiser
Wezep 12 januari 2010
Nog enkele antwoorden op vragen door commissieleden gesteld.
a) Naar aanleiding van een vraag van dhr Ruitenberg (CU): Dit stuk is in de vraagvorm gesteld, omdat ik de antwoorden zelf ook niet weet. Als ik mijn inbreng anders geformuleerd had, had men mij stelligheid en vooringenomenheid kunnen verwijten.
b) Naar aanleiding van een vraag van dhr Ten Hove (SGP): Ik ben niet tegen modernisering van het winkelcentrum. Ik realiseer mij dat wij met de tijd mee moeten gaan. Maar één en ander dient wel in de juiste volgorde te geschieden. Dus eerst een onafhankelijk haalbaarheidsonderzoek, daarna de financiële consequenties onder ogen zien en dan pas het project bespreken en op zijn merites beoordelen. In het huidige stadium heeft er nog geen haalbaarheidsonderzoek plaatsgevonden.
Omdat ik mijn vijf minuten spreektijd bij de eerste inbreng volgens de voorzitter, dhr Souman, al opgesoupeerd had, heb ik afgezien van een tweede termijn. We waren toch al over tijd.